493 Pasen – 2015 – Easter

via dolosrosa
Pasen 2015

Beste mensen,

Vrede en alle Goeds.

Een gezegend Paasfeest.
Het is lang geleden, dat ik een brief schreef.
Er is veel gebeurd.

Easter 2015

Dear friends,

Peace and all good.

A blessed Easter.
It’s a long time ago, I wrote a letter.
A lot has happened.

Een maand geleden, op 27 februari, kreeg ik van de custos te horen, dat hij mij uit Bethlehem weg wilde halen, want de meerderheid van de broeders in Bethlehem wilde mij weg hebben. De rest van het gesprek verliep niet prettig.

In het volgend gesprek was de boodschap, dat het probleem was, dat een van mijn gasten in de koelkast van de voorrefter had gezeten. Twee gasten hebben mee meermalen bezochten een zus en een broer van 19 en 18 jaar, die beiden ongewenste kinderen waren met alle gevolgen vandien: met slaag opgegroeid. Ik heb hen beiden weer aardig op hun eigen benen kunnen zetten. De twee komen uit een vluchtelingenkamp. De jonge vrouw vertelde mij, dat zij veel van Allah houdt. De jongeman vroeg zich af: wat wil Allah met mijn leven? Ik heb dit verhaal niet kunnen vertellen aan de leden van de communiteit.

Op 9 maart werd ik naar Jerusalem gebracht om de volgende dag naar Haifa gebracht te worden voor behandeling aan mijn benen. Ik bleef er ruim een week en er gebeurde weinig. Er werd naar de bloedvaten in mijn benen gekeken en na een week kreeg ik opnieuw een MRI test van mijn rug, wat afgelopen oktober ook al gedaan was. De uitslag zou 7 tot 10 dagen duren. Blijven in Haifa had weinig zin, dus wilde ik terug. Ik werd naar Jerusalem gebracht en moest daar blijven. Dat was op 18 maart. Ik verwachtte, dat de Custos mij wilde spreken, maar hij was elders. Terugkeer naar Bethlehem was uitgesloten. Zo werd mijn lichaam Bethlehem uitgeknikkerd en mijn ziel in ballingschap gestuurd.

Gistermiddag kwam ik onze huisarts in de gang tegen, die zei: Still in exile?
Toen de uitslag wel binnen zou zijn, was de neuroloog het land uit. Toen hij terug was en op 1 april zou kunnen spreken, moest ik nog een dag wachten. Hierna was de dokter van het ziekenhuis tot vandaag afwezig. Zo moet ik geduld hebben.

Een detail: vorig jaar juli zei de broeder, die verantwoordelijk voor de aspiranten is, tegen mij, dat een broeder weg moest uit Bethlehem, maar dat is niet gebeurd. Met Palmzondag was hij met de aspiranten in Jerusalem voor de Palmpasenprocessie en zij zaten in de refter. Zij verwelkomden mij met applaus, waarop de verantwoordelijke broeder mij enthoesiast omhelsde.

Op dit moment is mijn adres: St. Saviour’s Monastery, POB 186, 9100101 Jerusalem Israël. Het nummer van de telefoon op mijn kamer is: +972 2 6266709.

Toch leef ik in 2015.
Hoe vertel ik het mijn vrienden in Bethlehem.
Wat wil de Eeuwige van mij?

In ieder geval kreeg ik al kort na mijn terugkeer uit Haifa bezoek van een zuster van de vrouwelijke tak van de Jezuïeten, die in de buurt woont. We hadden het over twee onderwerpen. Zij wil graag Palestijnen helpen, maar heeft er geen ervaring mee. Zij was op 21 maart, wanneer het voor de Palestijnen moederdag is, bij een bijeenkomst voor moeders in de wijk Silwan, zuidelijk van de oude stad van Jerusalem. Het maakte veel indruk op haar, vooral één moeder, die heel verdrietig was. Haar zoon zit in de gevangenis van Israël voor 40 jaar en zij kan hem niet bezoeken. Ik heb enige ervaring met hulp aan Palestijnen.

Zij weet, dat Palestijnen niet te vertrouwen zijn. Dit klinkt heel negatief, maar enig inzicht in de Palestijnse cultuur kan wat duidelijk maken. Het is in de cultuur gebruikelijk om positief te blijven, wat wil zeggen geen nee zeggen. Verder wekken zij de indruk alles te kunnen en zij zeggen wat zij denken, dat de ander graag wil horen. Maar wat zij doen is wat anders. Jonge vrienden van mij lopen hierop vast, omdat zij van mij gewend zijn, dat ik doe, wat ik zeg.

Het tweede onderwerp is geweld tegen vrouwen. Ook hier heb ik mijn ervaringen, met name met mijn 10 jaar werk in de huiskamer voor verslaafde straatprostituées. Ik kan haar ermee van dienst zijn.

In de communiteit heb ik een paar goede contacten gelegd: met een broeder uit Bolivia, een uit Brazilië en een uit Rusland.

Wat staat mij te doen?

Palmpasen was een trieste dag, omdat op die dag de oudste kleindochter van mijn Poolse vrienden, Ola, aan acute leukemie overleed. Ik heb haar afgelopen zomer nog ontmoet, wetende dat dit vermoedelijk zou gebeuren.

Hier in het klooster overleed op dezelfde dag de oudste broeder van de custodie, 102 jaar oud. Hij was geboren in het Ottomaanse rijk, was als kind van 3 in een vluchtelingenkamp en herinnerde zich, dat op een dag zijn vader weggehaald werd, omdat hij een Armeniër was. Hij heeft hem niet meer gezien.
Bij de uitvaart waren ook Armeniërs aanwezig, die een eigen korte liturgie hielden na de gebruikelijke uitvaartplechtigheid.

De groeten van Louis

A month ago, on 27 February, I was told by the Custos, he wanted to take me away from Bethlehem, because the majority of the brothers in Bethlehem wanted me to have gone. The rest of the conversation was not pleasant.

The next call was the message, that the problem was, that had been one of my guests in the refrigerator of the refectory. Two guests join repeatedly visited me, a sister and a brother of 19 and 18 years, both were unwanted children with all its consequences: they grew up with beats. I have put both of them again on their own feet. The two come from a refugee camp. The young woman told me that she loves Allah. The young man wondered: what does Allah with my life? I could not tell this story to members of the community.

On March 9, I was taken to Jerusalem to be brought the next day to Haifa for treatment on my legs. I stayed there for over a week it was and unproductive. It looked at the veins in my legs and after a week I got an MRI test again of my back, which was already done last October. The outcome would take 7 to 10 days. To remain in Haifa had little sense, so I wanted back. I was brought to Jerusalem and had to stay there. That was on 18 March. I expected that the Custos wanted to see me, but he was elsewhere. Return to Bethlehem was excluded. Thus, my body was kicked out of Bethlehem and my soul was sent into exile.
Yesterday afternoon I met our family doctor in the corridor and he said: Still in exile?

When the outcome would have been in, the neurologist was out of the country. When he was back and could speak on April 1, I had to wait another day. After this, the doctor of the hospital was to absent until today. So I have to be patient.

A detail: last July said the brother, who is responsible for the aspirants, to me, that a brother had gone from Bethlehem, but that has not happened. With Palm Sunday, he was with the aspirants for the Palm Sunday procession in Jerusalem and they sat in the refectory. They welcomed me with applause, after which the responsible brother hugged me enthusiastic.

At present, my address: St. Saviour’s Monastery, POB 186, 9100101 Jerusalem Israel. The phone number on my room: +972 2 6266709.

Nevertheless I live in 2015.
How do I tell my friends in Bethlehem my situation?
What does the Lord want from me?

In any case, I recently got after my return from Haifa a visit from a sister of the female branch of the Jesuits, who lives nearby. We talked about two topics. She wants to help the Palestinians, but has no experience with it. She was on March 21, when it is Mother’s Day for the Palestinians at a meeting for mothers in the neighborhood of Silwan, south of the old city of Jerusalem. It made a big impression on her, especially one mother, who was very sad. Her son is in prison of Israel for 40 years and she cannot visit him. I have some experience with aid to the Palestinians.

She knows that the Palestinians cannot be trusted. This sounds very negative, but some insight into the Palestinian culture can make some clear. It is in the common culture to stay positive, i.e. not say no. Furthermore, they make the impression that they can manage everything and they say what they think, that you like to hear. But what they do is different. Young friends of mine come stuck by this, because they are used from me, that I do what I say.

The second topic is violence against women. Again, I have my experiences, especially with my 10 years of work in the living room for addicted street prostitutes. I can deliver her my service with my experiences.

In the community I put a few good contacts: with a brother from Bolivia, one from Brazil and one from Russia.

What is to be done?

Palm Sunday was a sad day, because on that day the eldest granddaughter of my Polish friends to acute leukemia died. I’ve met her last summer, knowing that this would probably happen.

Here in the monastery died on the same day, the elder brother of the Custody, 102 years old. He was born in the Ottoman Empire, was a child of three in a refugee camp and remembered that was taken away from his father one day, because he was an Armenian. He has not seen him.
At the funeral were present Armenians, who held their own short liturgy after the usual funeral.

Louis greetings

© 2015 Louis Bohte







Advertisements

Reacties zijn gesloten.